CORONAVIRUS: stress bij het ziekenhuispersoneel

Sinds enkele weken worden artsen, verpleegkundigen en verplegers in ziekenhuizen blootgesteld aan stresserende en zelfs traumatische arbeidsomstandigheden. Onder welke voorwaarden moeten ze werken? Wat doet dat met hen?



Met dit artikel willen we de verschillende stressfactoren onder de aandacht brengen waaraan ziekenhuisverzorgers in het kader van de strijd tegen het coronavirus worden blootgesteld. Deze factoren hebben waarschijnlijk een invloed op hun fysieke en mentale gezondheid.

Waarover gaat het?



Fysieke belasting



De beschermende kledij
 tegen elke vorm van besmetting bezorgt de drager jeuk, branderigheid, kloofjes, uitdroging of zelfs visueel ongemak door condensatie bij brildragers. Ze is een bron van onbehagen, vermoeidheid en stress.

Als er te weinig uitrusting voorhanden is, kan het zijn dat een zorgverlener een halve dag lang hetzelfde masker moet dragen. Hij of zij kan dan niet eten of drinken.

Een extra stressfactor is het risico op besmetting voor de zorgverlener als hij of zij een fout maakt bij het uitkleden.


De (over)belasting door het werk veroorzaakt door de epidemie put sommige zorgverleners uit omdat ze dagen na elkaar gedwongen worden om langer dan 12 uur aan een stuk te werken, vaak zonder pauze.

De vermoeidheid die dit ritme teweegbrengt, waardoor zorgverleners soms geen tijd hebben om te eten of zelfs niet naar het toilet kunnen gaan, kan de kwaliteit van de zorg beïnvloeden en fouten in de beschermingsmaatregelen veroorzaken waardoor er meer mensen besmet worden.

De werklast wordt verder verhoogd door het ziekteverzuim van verzorgers als gevolg van uitputting of omdat ze uit voorzorg moeten thuisblijven.

Het ontbreken van een duidelijk vooruitzicht op een vermindering van hun werklast maakt sommige zorgverleners moedeloos. Ze zijn zich er ook van bewust dat COVID-patiënten nog lang na het einde van de epidemiepiek in het ziekenhuis zullen blijven, terwijl tegelijkertijd het gewone werk in het ziekenhuis zal hervatten.



Emotionele belasting


Schrik voor besmetting

Het verplegend personeel is ongetwijfeld blootgesteld. De angst om geïnfecteerd te raken maakt wel dat de beschermings- en desinfectieprotocollen zeer strikt worden toegepast. Het reële risico is daarom moeilijk in te schatten, maar neemt toe naarmate er voldoende uitrusting  ontbreekt of omdat mensen uitgeput geraken.

Thuis zijn zorgverleners bang om hun gezin te besmetten. Ze nemen dan een maximum aan voorzorgsmaatregelen, zoals zich volledig omkleden, in aparte kamers slapen of hun kinderen niet meer knuffelen. Ouders die na een scheiding hun kinderen normaal een week op twee bij zich hebben, laten ze bij de andere ouder waar ze geen risico lopen. Dit wekt binnen het gezin angst op waardoor sommige zorgverleners zich ook nog schuldig gaan voelen.

Deze angst kan dan leiden tot druk van diegenen die dicht bij de zorgverleners staan zodat ze zouden stoppen met werken in een COVID-19-eenheid. Omdat ze moeilijk kunnen delen wat ze meemaken, ervaren ze ook andere spanningen als gevolg van misverstanden.


Aanpassing aan de situatie

Sommige zorgverleners werden teruggeroepen uit vakantie, terwijl andere, die het aan het begin van de epidemie al erg druk hadden, hun verlofaanvragen moesten intrekken.

Zorgverleners werden na de sluiting van hun eigen afdeling toegewezen aan een COVID-19-eenheid om het personeelstekort op te vangen. Deze zorgverleners raakten vervolgens gestresseerd omdat ze complexe technische zorg buiten hun normale werkingsveld moesten toedienen. Hetzelfde geldt voor laatstejaarsstudenten verpleegkunde die aan de diensten zijn toegevoegd.

Omdat ze zich regelmatig moeten aanpassen aan nieuwe protocollen op basis van de epidemiologische ontwikkelingen en het beschikbare materiaal, ervaren de zorgverleners nog bijkomende stress.



De houding van de bevolking


De nonchalance van een deel van de bevolking dat de preventieve maatregelen negeert, leidt tot boosheid, gevoelens van onmacht en frustratie. De zorgverstrekkers krijgen de indruk dat het hen daardoor niet zal lukken de epidemie in te dammen.


Aan de ene kant worden verzorgers elke avond als helden bejubeld, aan de andere kant worden sommigen gestigmatiseerd en afgewezen door medeburgers die hen als lastig beschouwen wanneer ze thuiskomen. Sommige verzorgers worden zo het slachtoffer van kwaadaardige reacties die toenemen naarmate de epidemie verder om zich heen grijpt.



Confrontatie met het leed van patiënten en hun familie


Zorgverleners ondergaan intense emoties als ze worden geconfronteerd met het diepe leed van COVID-19-patiënten die doodsbang zijn om te sterven of geïsoleerd te worden van hun familie, verdrietig om hun kinderen en hun partner alleen achter te laten na hun dood. Hetzelfde geldt voor gezinnen die zich zorgen maken of in rouw zijn.


Enkele voorbeelden uit de praktijk:

  • Moeilijkheid om, door de barrière die de beschermende kledij met zich meebrengt, gerust te stellen of tot een warm, menselijk contact te komen.

  • Niet in staat zijn de normale steun te bieden aan diegenen die ziek zijn omdat door gevreesde tekorten het aantal interventies per kamer wordt beperkt om geen materiaal te verspillen. Een gebrek aan tijd.

  • Verhoogde moeilijkheid om te communiceren met een patiënt met een gehoorbeperking of met een doofstomme, door een masker dat spraak of liplezen belemmert. Hoe reageer je op een angstige patiënt die vraagt: "Ga ik dood?" Wat te doen met familie die telefonisch contact opneemt met de dienst?

  • Gevoelens van hulpeloosheid en mislukking, frustratie en woede omdat er geen geneesmiddel is tegen de ziekte. De omvang van de epidemie en de trage bevoorrading versterken deze gevoelens.

  • Een zware emotionele belasting door de angst en de pijn van familie die soms lang moet wachten om telefonisch contact op te nemen met een verzorger om nieuws te krijgen over een ziek familielid.

 

Confrontatie met de dood


  • De herhaalde confrontatie met het risico op besmetting met het dodelijke virus, de dood van patiënten en de broosheid van het leven, maakt niet alleen de zorgverleners en hun naasten kwetsbaar, maar heeft ook een grote invloed op hun geestelijke gezondheid.

  • Uitzonderlijke situaties met kinderen zijn het moeilijkst, vooral voor de verzorgers die zelf kinderen hebben.

  • De omstandigheden rond het levenseinde van COVID-19-patiënten dragen verder bij aan de emotionele belasting van artsen en verpleegkundigen. Het is voor hen moeilijk te accepteren dat sommige patiënten alleen sterven, zonder hun geliefden (partner, ouders of kinderen), soms vanwege de werklast die het onmogelijk maakte om de familie op tijd te verwittigen.

  • Het meedelen van het overlijden van een patiënt en het ervaren van de emoties van de familie veroorzaakt angst, spanning, nervositeit en verdriet bij de artsen die dit moeten doen, of bij de verpleegkundigen die er door de omstandigheden mee geconfronteerd worden. Ze kunnen zich machteloos voelen, vooral als ze moe zijn, weinig tijd of onvoldoende ervaring hebben.



Dramatische keuzes moeten maken


Verplegend personeel wil hulp bieden en zorg verlenen om het leven van patiënten te verlengen met de best mogelijke kwaliteit van leven. De verhoogde instroom van patiënten en het gebrek aan middelen dwingen hen om moeilijke keuzes te maken. 

Sommigen spreken van "oorlogsgeneeskunde" om de situatie te beschrijven waarvoor ze niet zijn opgeleid en die ze ook niet gewend zijn. Sommige artsen en verpleegkundigen voelen een diep gevoel van schuld als ze moeten bepalen welke patiënt al dan niet intensieve zorg krijgt, welk medicijn of niet... zelfs als ze geen andere keuze hebben dan de specifieke criteria toe te passen. Bij bepaalde patiënten staan ze inderdaad totaal machteloos.


Met dit artikel brengen we hulde aan alle zorgverleners.



Thierry DEROUA
Hoofdcommissaris o.r.
Trainer in coachende houding



Deze bijdrage is gebaseerd op het artikel:

"Sur le front d’une guerre biologique. La santé mentale du personnel hospitalier face au coronavirus.", Evelyne Josse, Avril 2020, http://www.resilience-psy.com/spip.php?article422