Pech of een ongeval in een lange tunnel: de juiste reacties

De doortocht door een lange tunnel vraagt van de chauffeurs extra waakzaamheid vanwege de speciale verkeersomstandigheden en het verhoogde risico op een kettingbotsing. Hoe u het beste reageert in geval van een ongeluk of pech in een tunnel.




Wat moet u doen als er een opstopping is in de tunnel?



• Zet uw waarschuwingslichten aan om de andere weggebruikers te alarmeren.


• Behoud een afstand van 50 meter tot degene die voor u rijdt, zelfs bij langzaam rijdend of stilstaand verkeer.


• Zet uw motor af als alle verkeer stilstaat.


• Blijf in uw voertuig, tenzij u het bevel krijgt die te verlaten.


• Volg de aanwijzingen van het tunnelpersoneel of de instructies op de panelen en luister ook naar de verkeersinformatie op de radio.




Wat als u autopech krijgt?


• Zet uw waarschuwingslichten aan en verlaat de tunnel met uw voertuig of probeer de eerstvolgende pechstrook te bereiken als dat mogelijk is zonder de andere weggebruikers in gevaar te brengen.


• Is dit onmogelijk, parkeer dan uw wagen zo dicht mogelijk tegen de rechterstoeprand en zet uw motor af, maar laat de sleutel in het contact zitten.


• Trek een fluohesje aan en plaats de gevarendriehoek minstens 100 meter achter uw voertuig.


• Verwittig de veiligheidsdiensten via een praatpaal en volg de instructies van uw gesprekspartner op. Gebruik hiervoor niet uw gsm, want dan kunt u niet worden gelokaliseerd.




En hoe reageert u het best in geval van brand?


• Zet uw waarschuwingslichten aan om de bestuurders achter u te verwittigen. Rijd indien mogelijk met uw wagen de tunnel uit zonder om te keren.


• Is dit niet mogelijk, parkeer uw wagen dan aan de rechterkant en zet uw motor af, maar laat de sleutel in het contact zitten.


• Verlaat uw wagen, samen met eventuele passagiers, en ga naar de dichtstbijzijnde nooduitgang.


• Vraag om hulp via een praatpaal.



Christian Arnould
Hoofdcommissaris o.r.