Het gebruik van een onkruidbrander: let goed op!

Een thermische onkruidverdelger mag enkel gebruikt worden door een ervaren volwassene en enkel zoals aangegeven in de gebruiksaanwijzing. Hier bespreken we uitvoerig de vele risico’s die het gebruik van dit toestel met zich meebrengt. Ook geven we belangrijk advies voor zowel voor, tijdens als na het gebruik van een gasbrander of een elektrische brander.

 

Wat zijn de risico’s?

Brandwonden, veroorzaakt door de vlam of door de buis die opwarmt.

Brand in periodes van droogte, gebruik het toestel dus verstandig en berg het veilig op.

Inademen van CO2 wanneer je het toestel lang gebruikt.

Andere risico’s: vallen, risico’s door repetitieve bewegingen en gelijktijdige handelingen, etc.


Controleer zeker op beschadigingen!

Controleer de leidingen: barsten, ook kleine barstjes, zijn gevaarlijk.

Vervang verouderde of kapotte leidinegn: op leidingen met slangklem staat een fabricagedatum (de levensduur bedraagt 5 jaar) of een houdbaarheidsdatum.

Gebruik enkel butaan- of propaangas, afhankelijk van het type toestel dat je gebruikt.

Niet roken terwijl je controleert op lekken.

Houd het toestel uit de buurt van warmtebronnen en open vuur.

Controleer de afdichting van de fles, de drukregelaar, de terugslagklep en de flexibele buis op de maximaal toegestane druk (2 bar). Dat doe je door het kraantje van de fles te openen en alle verbindingen aan te stippen met een schuimende oplossing. Als er ergens een lek is, ontstaan er op die plek bellen.

Gebruik nooit een open vlam (lucifer, aansteker…) om je toestel te controleren.

Draai de aansluitingen goed vast, vervang kapotte aansluitingen en controleer opnieuw of er ergens een lek is.


Voorzorgsmaatregelen tijdens het gebruik

Voorzie een tuinslang die onder druk staat, enkele emmers water, een klasse A poederblusser of een schuimblusser.

Controleer voortdurend je werk (kijk achter je).

Behandel geen overwoekerde plekken en gebruik het toestel niet dicht bij droog gras of dode bladeren.

Gebruik het toestel niet in de buurt van naaldbomen, want die vatten gemakkelijk vuur.

Als er brand ontstaat, haal het toestel dan weg van de vlammen, sluit de gasfles en bel onmiddellijk 112. Breng jezelf niet in gevaar door het vuur zelf te proberen doven.


Andere gebruikstips

Wees voorzichtig met de vlam.

Gebruik het toestel niet in de buurt van familie, kinderen of vrienden.

Ga erg langzaam over de oppervlakte die je behandelt.

Blijf op een veilige afstand van:

  • gevels en etalages, minstens 50 centimeter;
  • auto’s, minstens 2 meter;
  • wees extra waakzaam in de buurt van plastic en hout.

Het toestel moet over een regelbare gastoevoer (spanveer) beschikken, zodat de vlam niet onophoudelijk brandt.

Gebruik het toestel enkel met rugwind. Stel het gebruik van het toestel uit als het sterk waait.


Na gebruik

Leeg het circuit door het kraantje van de fles toe te draaien en het te laten branden tot de vlam dooft.

Sluit het kraantje van de brander.

Borstel de branders en reinig de onkruidbrander.


Uitrusting om jezelf te beschermen

Veiligheidsschoenen of -laarzen en veiligheidshandschoenen om brandwonden te voorkomen.

Katoenen werkkledij omdat de kledij vuil kan worden en er kleine stukjes kunnen wegvliegen.

Een fluohesje wanneer je dicht bij de openbare weg werkt.



Pascal BAUFAYS
Brandpreventieadviseur
Hulpverleningszone Val de Sambre


Lees ook:
Brandwonden: soorten en graden, eerste hulp
Een brandblusser gebruiken voor een beginnende brand thuis