Mogen dieren in de winter op de weide blijven?

Moeten dieren in de winter op stal? We bekijken de fysieke en milieucriteria waarmee rekening moet worden gehouden en de concrete verplichtingen van de Vlaamse en Brusselse regelgeving op dit gebied.


Het wettelijke kader…


De wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren stelt in artikel 4 §1:

Iedere persoon die een dier verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domesticatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen.

Voor paardachtigen (paarden, pony's en ezels) die buiten in de wei staan, voorziet §2/1 van de Dierenwelzijnswet dat de houder deze dieren indien nodig op stal moeten zetten of, indien dit niet kan, voor een natuurlijke beschutting of een schuilhok moeten zorgen.

Een dergelijke verplichting bestaat in nagenoeg dezelfde termen voor het Brussels Gewest waar de wet betreffende de bescherming en het welzijn der dieren ondanks een aantal wijzigingen per decreet nog steeds van toepassing is.

Voor landbouwdieren geldt, naast artikel 4 van de Dierenwelzijnswet, het Koninklijk Besluit van 1 maart 2000 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren. Dit KB stelt dat dieren die buiten staan zo nodig voor zover mogelijk beschermd moeten worden tegen barre weersomstandigheden, roofdieren en gezondheidsrisico’s.


De fysieke criteria waar je op moet letten…


Gezien de algemene aard van die verplichting heeft de persoon die de schending vaststelt een beoordelingsmarge. Hoe goed een dier extreme temperaturen verdraagt – thermotolerantie – is afhankelijk van vele factoren, zoals soort, ras, leeftijd, conditie, productiviteit en toestand van de vacht. Zelfs binnen dezelfde kudde kunnen er verschillen bestaan, gezien ook temperament en het feit of de dieren recent hebben kunnen eten een rol spelen. Twijfel je over de toestand van dieren op een weide, dan kan je de situatie evalueren op basis van het advies van de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn:

- Pluimvee, varkens en geiten van alle leeftijden, lammeren en geschoren schapen, kalveren en veulens hebben beschutting nodig onder de vorm van adequate aanplantingen, een schuilhok of vrije toegang tot een aangrenzende stal.

- Voor dieren met gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld een ziek of drachtig dier, moet de houder specifieke voorzorgen nemen.

- Geharde rassen hebben een grotere weerstand dan andere. Zo heeft een trekpaard of een pony een grotere natuurlijke weerstand dan een rijpaard of een racepaard. Hetzelfde geldt voor runderrassen: een Holstein- of een Friese melkkoe kan slechter tegen vrieskou dan een Highlandrund.

- Ook de leeftijd van het dier speelt een rol bij zijn weerstand tegen de koude. Erg jonge of oude dieren hebben een lagere weerstandsdrempel en mogen eigenlijk niet buiten gehouden worden in de winter.

- De kwaliteit, de dikte en de netheid van de vacht zijn ook belangrijk. Zo zal een dier dat recent werd geschoren of dat een erg dunne vacht heeft, niet goed tegen de koude kunnen. Een vuile en verwaarloosde vacht isoleert ook veel minder dan wanneer ze goed is verzorgd.

- Het lichaamsgewicht van het dier heeft eveneens invloed op zijn weerstand tegen lage temperaturen.

- Een dier heeft meestal tijd nodig om zich aan te passen aan de koude. Een dier dat het hele jaar op de weide staat, past zijn metabolisme automatisch aan als de temperatuur schommelt. Het zal zich dus ook gemakkelijker aanpassen aan extreme temperaturen dan een dier dat een deel van de tijd in een stal of schuur staat.


De buitenomstandigheden

- Door langdurige blootstelling aan regen of sneeuw verliest de vacht zijn isolerende eigenschappen.
- Wind versterkt het koudegevoel.
- Als de dieren in de winter permanent buiten staan, moeten ze over een schuilhok beschikken, waar ze uit de wind en beschermd tegen neerslag kunnen schuilen. De schuilplaats moet groot genoeg zijn zodat alle dieren op een droge plaats kunnen liggen. Als een dergelijke beschutting niet voorhanden is, moeten de dieren binnen worden gehaald.


De voeding


- De voeding moet aangepast en voldoende zijn om aan de energiebehoefte van de dieren, die stijgt naarmate de temperatuur daalt, te voldoen.

- Een regelmatige aanvoer van drinkwater is onontbeerlijk. Als er zich ijs vormt op de drinkbakken moet dat ten minste tweemaal per dag worden gebroken.


Als je een vraag hebt over dierenwelzijn

Op 1 juli 2014 werd de regelgeving over het dierenwelzijn geregionaliseerd. Je vindt de geldende wetgeving, algemene informatie en nuttige links op de site van de Vlaamse overheid.

Ga voor informatie over dierenwelzijn in het Brussels Gewest naar leefmilieu.brussels.


Hoe reageren als je vermoedt dat er sprake is van verwaarlozing?


- Praat er eerst over met de eigenaar van de dieren.
- Contacteer eventueel de Vlaamse Dienst voor Dierenwelzijn. Op de site van de Vlaamse overheid over dierenwelzijn vind je een klachtenformulier (zie onderaan).
- Indien de eigenaar niet gekend is en de situatie is acuut, contacteer dan de lokale politie. Ook zij is bevoegd om overtreding op de Dierenwelzijnswet vast te stellen.

Véronique MONTEFORTE
Licentiate in de criminologie, Diefstalpreventieadviseur van de politiezone Flowal

Alain PEETERS
Eerste Hoofdinspecteur
Lokaal Toezichthouder Milieu Politiezone Oostende

 
Bronnen:

Hebben boerderijdieren het koud in de winter?
https://www.vlaanderen.be/nl/natuur-en-milieu/dieren/melden-van-verwaarloosde-mishandelde-dieren
Leefmilieu Brussel