DNA-databanken: op zoek naar de gerechtelijke waarheid

De Belgische DNA-databanken centraliseren en vergelijken 130.000 genetische profielen. Die zijn opgesteld naar aanleiding van gepleegde misdrijven in België. Deze profielen worden ook vergeleken met de 13 miljoen opgeslagen profielen in 22 andere landen om daders van een misdrijf op te sporen.

Een eerste artikel bespreekt de bijzonderheden en taken van de drie Belgische nationale DNA-databanken (DNA-DB). Een tweede handelt over de concrete, becijferde prestaties van deze DNA-DB en de resultaten van de internationale uitwisseling van Belgische profielen met de 22 landen waarmee België een efficiënte samenwerkingsovereenkomst mee heeft gesloten.
Dankzij deze dagelijkse uitwisseling is het mogelijk om de opgenomen sporen van personen in België en in het buitenland te identificeren. Deze tool is nu al meer dan 20 jaar in gebruik in Belgische gerechtelijke onderzoeken. Het zorgt ervoor dat het maximum kan worden gehaald uit gerechtelijk DNA-onderzoek.

De Belgische DNA-DB worden beheerd door wetenschappers die permanent de som van regels en criteria moeten evalueren om overeenkomsten te zoeken tussen genetische profielen die betrouwbaar zijn en in overeenstemming met de kwaliteitsvereisten van de dienst die volgens ISO-norm 9001:2015 is gecertificeerd.


Drie Belgische DNA-databanken

Het gebruik van DNA-technologie in strafzaken wordt voornamelijk geregeld door de wet van 22 maart 1999. Die voorziet namelijk de creatie van drie DNA-DB die onder de verantwoordelijkheid vallen van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC), een Federaal Wetenschappelijk Instituut (FWI) dat onder de verantwoordelijkheid valt van de minister van Justitie.


De DNA-DB “Criminalistiek”

Ze bevat de genetische profielen van de aangetroffen sporen. Die kunnen eenvoudig zijn (profiel verbonden aan één persoon, 47.600 eind 2021) of complex (een complexe combinatie van maximum twee personen, 17.800). Deze sporen zijn aangetroffen op een plaats delict (misdaden en wanbedrijven). Volgens bepaalde specifieke criteria worden genetische profielen van verdachten (ongeveer 3.700 eind 2021) ook opgeslagen in de DNA-DB “Criminalistiek”.


De DNA-DB “Veroordeelden”

Deze databank bevatte eind 2021 62.000 genetische profielen van veroordeelden of geïnterneerden voor (poging tot) misdaden of wanbedrijven zoals bedoeld door de wet van 22 maart 1999 (bijvoorbeeld moord, verkrachting, feiten gerelateerd met georganiseerde criminele bendes en inbraken).


De DNA-DB “Vermiste personen”

Deze derde databank bevat de genetische profielen van de stoffelijke resten van niet-geïdentificeerde personen, sporen van vermiste personen en genetische profielen van verwanten met die laatste groep. Ze bevatte eind 2021 ongeveer 350 genetische profielen. Aan deze databank wordt een volledig artikel gewijd.


De taak van de Belgische DNA-DB

Ten eerste zorgt de DNA-DB voor de centralisatie van de genetische profielen opgesteld door de zes erkende laboratoria in België. Elk jaar worden er 8.000 genetische profielen toegevoegd aan de verschillende DNA-DB.

In 2021 is ongeveer 45% van de genetische profielen afkomstig van sporenonderzoek (eenvoudig of complex) na een misdrijf. Ongeveer 45% van de genetische profielen opgenomen in 2021 is van veroordeelden. Een tiende van de nieuwe profielen in 2021 is van verdachten. De rest (80 genetische profielen) werd toegevoegd aan de databank “Vermiste personen”.

Vervolgens maakt de DNA-DB de systematische vergelijking mogelijk van de genetische profielen die deze laboratoria doorgeven om verbanden te leggen tussen dossiers waarin op het eerste zicht geen sporen zouden zijn. Deze verbanden worden gelegd door genetische profielen afkomstig uit sporenonderzoek of nog beter van genetische profielen van sporen en personen (veroordeelden of verdachten) te vergelijken. In dat geval is er sprake van identificatie.

Op Europees niveau leggen de “Prüm”-besluiten (2008/615/JAI en 2018/616/JAI) een grensoverschrijdende samenwerking vast die een snelle en performante informatie-uitwisseling mogelijk maakt, in het bijzonder in het kader van de strijd tegen terrorisme, grensoverschrijdende criminaliteit en illegale migratie. Deze tool is op dit moment operationeel in 26 lidstaten en verschaft toegang tot een slordige 13 miljoen genetische profielen. Een ander artikel bespreekt deze intra-Europese uitwisseling.


De beperkingen van de Belgische DNA-DB

De experts van de DNA-DB moeten omgaan met de vele beperkingen ervan, onder andere de kwaliteit van de opgestelde profielen door de laboratoria in functie van de complexiteit van het behandelde profiel dat is aangetast na in het water te hebben gelegen bijvoorbeeld, de steeds verder toenemende omvang van de databanken en de algoritmebeperkingen opgelegd door CODIS.

Weet ook dat er gewilde en opgelegde beperkingen door de wetgever bestaan op de deductieve mogelijkheden van de DNA-DB. Bepaalde Europese landen beginnen een wettelijk kader op te stellen voor een robottekening op basis van het DNA door de analyse van coderend DNA toe te staan. Er is aangetoond dat in dat specifieke geval er mogelijkheden bestaan om op basis van het DNA-profiel bijvoorbeeld de kleur van de ogen, het haar, de wenkbrauwen of de huid te bepalen en ook hoe bruin de huid is en of er sproetjes op zitten. Het is belangrijk om te onthouden dat de Belgische DNA-DB gebruik maken van niet-coderend DNA, de enige vorm die op dit moment voor gerechtelijke doeleinden wordt gebruikt in ons land.


Dr. Sc. Laurent KÖHLER en Ing. Fabrice GASON
Experten van de nationale DNA-databanken
Nationaal Instituut voor de Criminalistiek en de Criminologie (NICC), Brussel


Voor meer informatie:
De nationale DNA-gegevensbanken van het NICC: https://nicc.fgov.be/nationale-dna-gegevensbanken